-
Recent Posts
Archives
Categories
Meta
Andere duif zegt: “dag, ik ben ook een duif”
Hallo, duif.
Leuk dat u een stukje heeft ingezonden. Fijn ook, dat u daar tijd voor heeft.
Om maar even met de culinaire draaideur het openluchtrestaurant in te vallen: Uw ongezouten mening is het duif-onwaardig papegaaien van door sociaal-maatschappelijk deemoedigen gepresenteerde zoete koek.
Hoewel eigentijds op smaak gebracht, voert een palet van bitterheid vermengd met een nasmaak van gedateerdheid in uw relaas de boventoon. Op het gevaar van spreekwoorden-indigestie af, wil ik graag de koekkoek daarvoor bedanken. Oh, en opperen dat uw overblijvende poot niet de juiste is gebleken om dagelijks mee uit bed te stappen.
Wellicht is het, nu we dit gehad hebben, overbodig om te vermelden dat ik persoonlijk FEBO-patat fantastisch vind. Zeker in vergelijking tot ranzige wormen en evenmin presentabele eventueel gevleugelde consorten die ook nog eens met luid gezoem consumatie proberen te vermijden. Ik vermoed echter niet dat, als stadsduif, een dergelijke irritatie u bekend voor komt, wat uw schrijven op een zure manier zelfs komischer maakt. In uw afkeer van het voorgeschotelde moderne leven heeft u meer gemeen met het bipede algemeengoed dan het wormvretend voorland dat u op één stuks voetstuk plaatst. Dat was een woordgrapje. Misschien zelfs twee.
FEBO-patat is dan ook minder een probleem dan uw, naar mijn aannemen, identiteitscrisis welke zeer begrijpelijk is. In korte tijd is onze soort doorgestoten van aaseter naar een volledige symbiose met de top van de huidige voedselketen. Niet langer zijn wij prooi, maar geniet de mensheid van onze diligentie in het verwijderen van een alom aanwezige excessieve voedselproductie, in ruil voor het vogelkundig en klimaatneutraal bemesten van hun meest dierbare bezittingen.
Uw worm is dan ook dood. Niet vermoord maar bij gebrek aan nut uitgestorven. Stephen Hawking is god. Maar wie bent u? Het antwoord is kort en simpel: U bent een duif. In plaats van te lamenteren over soortelijke identiteit en de aard van zaken, kan ik u aanraden om conform de tijdsgeest uw dilemma eens opportunistisch te bekijken. U bent een duif en de op smaak gebrachte FEBO-patat wordt u toegeworpen als, om uw onpasselijke woorden te gebruiken, iets met kuikens en kots. Wanhoop niet: uw waarschijnlijke plaats onderaan de locale duifpikorde wordt zeer gewaardeerd en is maatschappelijk gezien noodzakelijk. Uw stukje echter niet. Wat mij tot de kern van mijn reactie brengt:
U bent vervelend. Dank voor uw aandacht.
Posted in Uncategorized
Leave a comment
HOI IK BEN EEN DUIF.
Een worm. Ik doe een moord voor een worm.
Volgens sommigen onder ons letterlijk, schijnbaar. Onder het mom van ‘worm is moord’ wordt de gedachte dat het eten van een goed stuk krioelend ongewerveldheid onnatuurlijk is verwoord. Waar mijn ergernis hierover door een aanzienlijk deel van mijn gevederde lotgenoten als een luxe-probleem gezien mag worden, mag ik graag stellen dat juist de decadentie die hier aan ten grondslag ligt het einde van uw en onze soort kan betekenen. Aan de andere kant: wellicht wordt mijn objectiviteit beinvloed door het feit dat half uitgekauwde lauwe FEBO-patat mijn spreekwoordelijke krop uit komt.
Mijn levensomstandigheden zijn, hoewel schrijnend en tijdens een geschil over een kwart stuk kroket fysiek verminderd door één voet te noemen, ongetwijfeld een roestvlek op uw ten gevolge van eerder genoemde levensmiddelen uitgedijde zitvlak. Prima. Zeg alleen later niet dat ik u niet gewaarschuwd heb: FEBO-patat is het werktuig van Satan, Iblis, Stephen Hawking of welke antagonist u ook prefereert, om het leven in het algemeen op een gruwelijke wijze te reduceren tot een wandelend vet-infarct. Dat, en wormen.
Ik weet hoe het is. U noemt mij paranoïde, mijn constateringen vergezocht en Satan een heel redelijke gozer. Ik bedoel Hawking. Het feit dat hij zelf niet in staat is om de aardappelsnijdsels in het frituurvet te dompelen laat hem niet zonder schuld. Het zijn mensen als hij die vanuit de gemakzuchtige positie van een rolstoel (Is het u wel eens opgevallen dat hij helemaal níets doet? Plaats dat eens binnen context!) nieuwe manieren bedenken om de patat nóg krokanter en smakelijker in het frietzakje te laten belanden!
U denkt wellicht dat mijn gedachten afdwalen, doch niets is minder waar. Worm is alles dat mij voor ogen staat en mij rechtmatig toekomt. En het vult mij met bedroevenis; Het leven inrichtend naar een lust voor gemak en krokant gebakken planten danwel voorvermoorde zoogdieren maken van uw soort een soort kuikens, wachtend tot een obese moederkloek haar vangst uw maag in kotst zonder op enige wijze schattig genoeg voor een vertoon op ‘Animal Planet’ te zijn. Een simpele voet of halve vleugel is voor u schijnbaar niet genoeg om aan dit verlangen te voldoen: Álles dient te worden ingelegd.
Goed. De worm is moord. De dag dat lethargie alles is dat overblijft uit de resten van uw bestaan, is zijn broedplaats. Denk aan het zelfgenoegzame kronkeltje dat hij op dat moment tot expressie brengt en bezin.
Tot die tijd poep ik op u en uw bestaan.
U weet waar ik het over heb.
Posted in Uncategorized
1 Comment
Zaak: Openbaar Ministerie vs. NS-medewerker.
Edelachtbare,
Ik kan het mij voorstellen. U bent teleurgesteld, wellicht geïrriteerd. Ik begrijp dat mijn aanwezigheid volgens de geldende etiquette niet alleen wenselijk, maar ook obligatoir wordt geacht. Ik had dan ook graag, net zoals u tijd voor mij vrij maakt, mijn werkzaamheden onderbroken om de wederdienst te bewijzen.
Ik mag alleen verwachten dat u een voorstelling kunt maken van de nuances van mijn beroep en het belang van continuïteit in de uitvoering daarvan. Ik kan, eenvoudig gezegd, niet zomaar tijd vrij maken voor iemand die ik niet ken (zoals u) op grond van geweeklaag van derde partijen.
Mijn bereidheid om aan dit strafrechtelijk onderzoek mee te werken kunt u echter toetsen aan het feit dat de hopelijk aanwezig eigengenoemde ‘harde Ron’ hier voor een schappelijke fooi van 12 euro en 50 cent aanwezig is om mijn schriftelijke verklaring voor te lezen. Ron heeft mij verzekerd dat hij hiertoe in staat is. Mocht echter door gebrekkige educatie of alcoholintoxicatie blijken dat dit niet het geval is, vertrouw ik erop dat de aanklagende partij dit vóór hem kan doen en indien mogelijk 10 euro van de aan harde Ron verstrekte financiële middelen af te nemen om te retourneren aan mijzelf.
Om terug te komen op de aanklacht van zware mishandeling met dood tot gevolg: Zoals uit mijn dossier ongetwijfeld naar voren is gekomen, valt mijn leven te karakteriseren met drie kernwoorden. ‘pro-actief’ en ‘adequaat’ zijn daarbij, binnen deze context, de meest belangrijke. Al op zeer jonge leeftijd is mij duidelijk geworden dat er regels nodig zijn in deze wereld. Ik kan mij de dag nog goed herinneren. Ik was op het plein van mijn toenmalige basisschool aan het knikkeren met Xavier (Hij woonde drie flats achter mij en zijn moeder was Pools, dus mocht de rechtbank zich hier over buigen, zijn er verzachtende omstandigheden van toepassing). Van Sinterklaas had ik enkele weken daarvoor een zak karbonkels ontvangen voor bewezen diensten, en het leek mij binnen de omstandigheden gepast om een van deze tegenover zijn knikkers ‘in het spel’ te leggen om de superioriteit van mijn lokale ras te bevestigen zoals dat in de natuur gebruikelijk is. Xavier heeft mij vervolgens zonder waarschuwing met een nabij liggend stuk betonnen bouwmateriaal herhaaldelijk op het hoofd getimmerd. Men kan veel zeggen over Polen waar ik niet op in wil gaan, maar hun kunde met bouwmaterialen is denk ik onovertroffen.
Hoe dit in relatie staat tot de waarde die ik hecht aan regels, vraagt u ongetwijfeld? Toen ik wakker werd uit een kortdurende coma begreep ik, ondanks mijn volgens de artsen verminderde intellectuele capaciteiten, dat een vileine maatschappij als deze een rigide regime nodig heeft om haar eigen kwaliteiten op waarde schatten. Het opgelegde kader is niet anders dan bijvoorbeeld een cilindrische inkapseling van prostaatkanker, waardoor de geproduceerde tumor naar beneden uitgroeit en de schijn geeft van gigantische testikelen. Het lijkt misschien niet aardig, maar het feit dat buitenstaanders denken dat je een gigantische klootzak hebt heeft af en toe zijn voordelen.
Enfin: Xavier is omdat hij een volgens de wet inferieure en daarnaast onwenselijke buitenlander was inmiddels gedeporteerd en sindsdien is mijn leven een stuk beter. Wellicht spreekt het niet in mijn voordeel, maar zoals de sexistische autist Cicero ooit zei: Quod Erat Demonstrandum. Na enkele jaren jeugddetentie (voor een hiervan losstaand delict) heb ik mijn niche gevonden als conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen. Deze maatschappij is in vileiniteit een extrapolatie van die van de edelachtbare (schijnbaar bent u dat) en in mijn weldoordachte visie is het handhaven van de regels in deze situatie daarom nog veel dringender dan u denkt.
U kunt meen ik dan ook met deze gegevens, ondanks danwel in het licht van voorgevallen feiten, mij het bezit van een dubbelloops jachtgeweer bij het uitoefenen van mijn beroep niet ontzeggen. Daarnaast was het (om uw woorden te gebruiken) slachtoffer een Neger. En had hij een donorcodicil. Ik zie dan ook geen feiten om mij als misdadiger te bestempelen. Mocht u daarnaast als beloning voor het met verve uitvoeren van mijn burgerplicht financiële middelen willen toebedelen, dan ben ik met een statistische tijdsafwijking van 40 tot 45 minuten te vinden in de waarschijnlijk stilstaande trein in een weiland tussen Zutphen en Apeldoorn. Aan dit schrijven kunt u echter geen garanties ontlenen.
Posted in Tekst
2 Comments
Zeiken over kunst
Gewaardeerde lezer van het driejaarlijks magazine ‘Advertentiemethodiek bij vissportpublicaties’: De redactie wilt u allereerst uitvoerig bedanken voor uw interesse en aankoop van ons blad. Het betreurt ons echter u mee te moeten delen dat onze verslaggever Ad van Zulten van de rubriek ‘vishaken’ door een ongelukkige samenloop van omstandigheden van zijn psychologisch begeleider voor een termijn van minstens 5 jaar niet meer aan de totstandkoming van dit blad mee mag werken. Wij willen ook van de gelegenheid gebruik maken om ons nadrukkelijk te distantiëren van de heer van Zultens expliciete vocabulaire in de afgelopen twee edities en wensen hem daarnaast een spoedig herstel.
Op de onevenaarbare plaats van Ad’s bijdrage vindt u daarom in deze bijlage de tijdelijke rubriek ‘Zeiken over kunst’ van algemeen criticus “PGWMW”. Wij wensen u een informatieve leeservaring toe bij het tot u nemen van dit schrijven.
Zeiken over kunst
Redactie, hartstikke bedankt dat jullie me gevraagd hebben. (Jan en Sem, jullie zijn mijn maten! De 15 euro komt echt van pas!) En lezertjes: Ik heb een paar topattracties voor jullie uitgezocht en onder mijn ‘loep’ genomen. We beginnen met:

Het bronzen object “Kind bij vogeldrinkbak’ van Marian Gobius.
Marian laat zich voornamelijk inspireren door de tweede wereldoorlog, wat ik zelf wel een beetje een afgezaagd thema vind. Na twee keer ‘Valkyrie’ met Tom Cruise gekeken te hebben weet je de vork van de steel ook wel. Desalniettemin vond ik dat dit werk potentie had en het staat in Den Haag dus dat is lekker dichtbij.
De locatie krijgt van mij een dikke 7,5. Hoewel er weinig beschutting is, lijken er niet veel mensen in de richting van het standbeeld te kijken. Het gebruiksgemak is dan weer wat minder. Het is moeilijk om goed op het schaalvormig object te richten en er is zeker sprake van onnodig ‘spetteren’ op de broekspijp doordat zéker één been tegen het standbeeld zelf aangeplaatst moet worden om een goede balans te creëren bij het gebruik.

Wie heeft er niet van gehoord? Stonehenge! Ik was op vakantie in Engeland en móest natuurlijk wel vanuit mijn persoonlijke interesse hier heen. Wellicht wat controversieel aangezien het niet per se als kunstwerk gedefinieerd kan worden, maar in mijn boekje is een gratis historisch monument ook kunst, zeker naast die rommel die tegenwoordig duur gesubsidieerd wordt.
De locatie krijgt van mij alleen een magere 3. Je zou toch denken dat als je zo veel moeite doet om een monument neer te zetten, er op zijn minst iemand is die denkt van ‘laten we het niet op een gure, winderige vlakte neerzetten’. Maar nee. De pis vloog alle kanten op en ik moest 20 euro betalen bij de stomerij om de geur uit mijn pantalon te krijgen. Naast het ontbijt in het hotel in Dover was dit dan ook een van de grootste dieptepunten van mijn vakantie. Ik kan niet veel zeggen over gebruiksgemak aangezien ik maar drie stenen geprobeerd heb en het toen zat was. Bovendien was mijn bier op.
“De tijd lost alles op” van Ineke Kanters. Wie is Ineke? ik heb geen idee en wikipedia ook niet. Het werk behelst een uit zeep gesneden figuur van de politicus Geert Wilders. De locatie (Utrecht) krijgt van mij een 6 want het is, hoe je het ook wendt of keert, een schijtstad en over dat aspect van het menselijk metabolisme gaat deze rubriek niet. Het gebruiksgemak daarentegen geef ik een welverdiende 9. Bij het gebruik werd ik naast het bekende gevoel van verlichting, doordrongen van een enorm persoonlijk welbevinden. De frisse geur die tot stand kwam bij mijn interactie met het werk maakte het geheel tot een onvergetelijke ervaring.

Tot slot het werk ‘Fountain” van M. Duchamp. Ik was hier verschrikkelijk enthousiast over. Het standbeeld zelf had in mijn ogen een zeer hoge functionaliteit en ik toog dan ook vol goede moed naar het museum. Een koude kermis, kan ik u wel vertellen. Terwijl ik mijn broek openritste snelde er een medewerker van wat zich een cultureel centrum noemt naar mij toe die mij het kunstgebruik wilde verhinderen. Toen ik op luide toon mijn goede intenties duidelijk maakte inzake mijn zijn van professioneel verslaggever werd ik bediend van pepperspray en met excessief harde hand van de locatie verwijderd.
Dit is precies wat het probleem is met kunst in onze hedendaagse maatschappij: Het is een elitaire aangelegenheid geworden. De gewone man die graag van kunstgebruik geniet moet betalen maar mag niet de vruchten plukken van al het schoons dat deze objecten te bieden hebben.
Ik moet de lezer dan ook een gebruikservaring van dit prachtige werk onthouden. In verband met een opgelegd toegangsverbod voor dit museum is een tweede poging tot een recentie van de hand van deze schrijver waarschijnlijk niet mogelijk. Ik wil dan ook de gemotiveerde lezer aansporen om te trachten het maatschappelijk nut van dit kunstwerk te vervullen en de ervaringen via de redactie met mij te delen.
Bij voorbaat dank.
Buitenbertha’s dagboek
8:00
Het geblèr van muziek die net zo goed van een TROS amusementsprogramma had kunnen zijn galmt door de mufheid van mijn gelukkig fors uitgevallen kartonnen doos in het steegje naast de MacDonalds. Dit is jammer genoeg geen amusementsprogramma maar de harde realiteit ook al doet het gehoon en gelach van de voorbijgangers bij het ontwaren van mijn uitgemergelde lichaam en vette harendos anders vermoeden. Me afvragend of ik moet danken of huilen dat ik vannacht niet ben doodgevroren in de kou en er dus weer een nieuwe dag voor de boeg staat, breng ik mezelf ertoe mijn hand uit te strekken om de wekkerradio uit te doen. Overbodig, want een alerte McMedewerker heeft reeds de stekker in het friteusestopcontact ontdekt en werpt hem mij van enige obsceniteiten vergezeld toe. Ik vraag mij af wie van ons een slechtere dag gaat hebben.
8:30
Nadat ik de meeste dauwdruppels van mijn jas en blauw uitslaande ledematen heb geveegd begin ik de lange voetreis naar de opvang. Vandaag is er zoals iedere woensdag bingo met mooie prijzen, getuige de eerdergenoemde wekker. Deelname slechts 1 euro 50. In gedachten win ik dit keer het strijkijzer maar besef me terdege dat dat ijdele hoop is aangezien Elmo deze vorige week mocht meenemen toen hij in de eerste minuut al een volle kaart had. Onterecht. Hij is al drie keer betrapt op valsspelen en ik weet zeker dat hij ook deze keer gesjoemeld had, maar wat maakt het uit? Hij is vriendjes met Sjaak van het dorpsplein en iedereen weet dat die aangezien hij zeker 400 straatkranten per dag verkoopt heel wat in de melk te brokkelen heeft bij de opvang. Een en al vuige politiek met Elmo als populist.
8:45
Er bestaat een spreekwoord over duivels en dialogen dus het valt niet anders te verwachten dan dat als je het over een godvergeten klerelijer als E. hebt de ironie de kop op steekt net zoals in dit geval zijn voet tussen mijn benen. Op zo’n moment kun je niet anders doen dan vallen en meer specifiek met mijn hoofd tegen een nabijstaande prullenbak. Het is vreemd dat je bloed warm blijft na een hele nacht -3 graden celsius.
Elmo moet lachen. Het is een grapje. Als ik uitgehuild ben zie ik dat mijn rugzak in de val is stukgegaan en mijn bij elkaar gespaarde bezittingen over straat uitgestald liggen. Het blijkt maar weer dat in tijden van hoge nood hulp van onverwachte kanten kan komen want Elmo was al bezig ze bijeen te rapen en terug te stoppen in het restje rugzak. We lopen samen verder.
8:55
E. vraagt me of ik wel genoeg geld heb voor de bingo en ik zeg dat ik mijn net ontvangen uitkering in mijn tas heb zitten dus dat dat geen probleem moet zijn. Voor de zekerheid voel ik even in mijn duffel om tot de conclusie te komen dat mijn gehele voorraad geld voor de rest van de maand weg is. Ik wil weer beginnen met huilen maar E. biedt aan dat ik wel wat van hem kan lenen. Ik accepteer graag en E. haalt een hoeveelheid geld van bijna twee uitkeringen uit zijn rugzak en geeft mij een tientje waar ik de week wel mee door kom. Ik moet er van hem wel wat voor doen en hij wenkt me mee een afgelegen straatje in. Ik vertel er liever niet verder over.
8:57
Een deel van het geld ga ik straks misschien gebruiken om wat brood bij de supermarkt te kopen want ik heb zojuist 2 en een half keer overgegeven. Gelukkig zijn we bijna bij de opvang en kan ik daar ook mijn wekkerradio ruilen voor een warme kop thee en wat soep.
9:03
We zijn er, eindelijk. E. gaat nadat hij tegen het portiek van de buren aan heeft geurineerd vast naar binnen terwijl ik nog even mijzelf buiten probeer te fatsoeneren. Hij zei dat ik als het nodig was nog wel wat meer kon lenen deze maand. Ik zal mijn best doen om hem zo snel mogelijk terug te betalen. Ik zwaai een ‘tot zo’ en hij geeft me nog een knipoog terwijl hij met zijn tong zijn lippen bevochtigt. Hoe onwaar kan een eerste oordeel soms toch zijn. Het is fijn zo’n goede vriend te hebben. Dag Elmo. Het lijkt toch nog een aardige dag te worden.
Posted in Tekst, Uncategorized
1 Comment






